
Je website laadt naar eigen gevoel prima, maar Google Search Console meldt toch dat een deel van je pagina's "matig" of "slecht" scoort. Dat oordeel komt van de Core Web Vitals, en die bepalen inmiddels niet alleen je positie in Google, maar ook of AI-zoekmachines zoals ChatGPT Search en Perplexity je content überhaupt als betrouwbare bron zien.
Core Web Vitals zijn drie meetbare signalen (laadsnelheid, interactiviteit en visuele stabiliteit) waarmee Google de feitelijke gebruikerservaring van een webpagina beoordeelt. Ze bestaan uit Largest Contentful Paint (LCP), Interaction to Next Paint (INP) en Cumulative Layout Shift (CLS), en samen vormen ze een kernonderdeel van wat Google de page experience noemt.
Kernpunten
- Core Web Vitals bestaan uit drie metrics: LCP (laadsnelheid), INP (interactiviteit) en CLS (visuele stabiliteit).
- INP verving First Input Delay (FID) in maart 2024 als officiële interactiviteitsmetric en is aanzienlijk strenger.
- Google beoordeelt Core Web Vitals op basis van het 75e percentiel van echte gebruikersdata (CrUX) over 28 dagen, niet op een eenmalige test.
- Slechts 48% van de mobiele pagina's haalt alle drie de Core Web Vitals, blijkt uit de Web Almanac 2025 van HTTP Archive.
Wat zijn Core Web Vitals en waarom meet Google ze?
Core Web Vitals zijn de drie metrics waarmee Google objectief meet hoe een pagina daadwerkelijk aanvoelt voor een bezoeker, in plaats van hoe snel een pagina op papier zou moeten zijn. Google nam ze op als rankingfactor in de Page Experience Update van juni 2021. De gedachte erachter is simpel: een pagina die traag laadt, traag reageert op klikken of tijdens het lezen wegschuift, levert een slechte ervaring op, ongeacht hoe goed de content is.
Voor een MKB-ondernemer is dat relevant om twee redenen. Ten eerste omdat het meetelt in de klassieke Google-ranking naast content en links. Ten tweede omdat technische paginakwaliteit ook meeweegt bij AI-zoekmachines. Daarover verderop meer.
Wat is het verschil tussen LCP, INP en CLS?
De drie metrics meten elk een ander moment in het bezoek van een gebruiker: het laden, het klikken en het lezen. Ze zijn onafhankelijk van elkaar, wat betekent dat een pagina op één metric kan falen terwijl de andere twee goed scoren.
Streefwaarden per metric (gemeten op het 75e percentiel van je bezoekers):
| Metric | Goed | Moet beter | Slecht |
|---|---|---|---|
| LCP (laadsnelheid) | ≤ 2,5 s | 2,5 - 4 s | > 4 s |
| INP (interactiviteit) | ≤ 200 ms | 200 - 500 ms | > 500 ms |
| CLS (visuele stabiliteit) | ≤ 0,1 | 0,1 - 0,25 | > 0,25 |
Largest Contentful Paint (LCP): hoe snel laadt het belangrijkste element?
Largest Contentful Paint meet hoe lang het duurt voordat het grootste zichtbare element in het scherm (meestal een hero-afbeelding, een kop of een videothumbnail) volledig is geladen. Een LCP van 2,5 seconden of sneller geldt als goed, tussen 2,5 en 4 seconden als matig, en alles daarboven als slecht. Als een bezoeker eerst een leeg wit vlak ziet en pas na drie seconden de hoofdafbeelding, dan is dat een LCP-probleem.
Interaction to Next Paint (INP): hoe snel reageert de pagina op een klik?
Interaction to Next Paint meet hoe lang het duurt voordat de pagina visueel reageert nadat een bezoeker ergens op klikt, tikt of typt. Denk aan het moment dat iemand op een knop klikt en er pas na een halve seconde iets zichtbaar gebeurt: dat is precies wat INP vastlegt. Een goede INP ligt onder de 200 milliseconden, tussen 200 en 500 milliseconden is matig, en daarboven is slecht.
Cumulative Layout Shift (CLS): hoe stabiel blijft de pagina tijdens het laden?
Cumulative Layout Shift meet hoeveel de content onverwacht verschuift terwijl de pagina laadt. Het klassieke voorbeeld: je wilt op een knop klikken, maar net op dat moment schuift een advertentie of afbeelding de pagina omlaag en klik je per ongeluk ergens anders. Een CLS-score onder 0,1 is goed, tussen 0,1 en 0,25 is matig, en daarboven is slecht.
Waarom is INP belangrijker dan de oude FID-metric?
INP is sinds maart 2024 de officiële interactiviteitsmetric van Core Web Vitals en verving daarmee First Input Delay (FID). Dat is meer dan een naamswisseling: web.dev van Google Developers legt uit dat INP de responsiviteit van elke interactie op een pagina meet, niet alleen de allereerste klik zoals FID deed.
FID versus INP in het kort:
| FID (verouderd) | INP (huidig) | |
|---|---|---|
| Wat het meet | vertraging van alleen de eerste interactie | responsiviteit van alle interacties |
| Officieel sinds | tot maart 2024 | maart 2024 |
| Goede score | onder 100 ms | onder 200 ms |
| Waarom strenger | gunstige score door alleen de eerste klik | pakt de traagste interactie tijdens het hele bezoek |
Dat verschil is precies waarom veel Nederlandse websites hier ongemerkt op falen. FID mat alleen de eerste interactie, vaak een simpele klik vlak na het laden, waardoor de score kunstmatig gunstig uitviel. INP houdt de slechtste (of een representatieve slechte) interactie tijdens het hele paginabezoek bij, inclusief klikken die pas gebeuren nadat er al veel JavaScript is uitgevoerd. Een site die op FID altijd goed scoorde, kan op INP ineens matig of slecht uitvallen, simpelweg omdat de meetlat strenger en eerlijker is geworden.
Technisch gezien komt een slechte INP bijna altijd voort uit een overbelaste main thread: het stuk van de browser dat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van JavaScript en het tekenen van de pagina. Zolang die thread bezet is met scripts, kan de browser niet reageren op een klik, hoe snel je internetverbinding ook is. Dit maakt INP technisch lastiger op te lossen dan LCP, omdat het niet draait om één bestand optimaliseren maar om het totale gedrag van alle scripts op de pagina.
Content die verouderde informatie bevat, is overigens een breder probleem: Ahrefs vond dat AI-zoekmachines de voorkeur geven aan content die 25,7% verser is dan wat traditioneel in organische zoekresultaten verschijnt. Een artikel dat nog FID als actuele Core Web Vital noemt, is dus niet alleen feitelijk onjuist maar ook minder aantrekkelijk voor AI-crawlers die op verse, correcte informatie selecteren.
Hoe voer je een Core Web Vitals check uit?
Je voert een Core Web Vitals check uit door onderscheid te maken tussen echte gebruikersdata en een gesimuleerde test, en beide te gebruiken voor een compleet beeld. Dit onderscheid is de meest gemiste stap: veel ondernemers kijken alleen naar een losse test en missen daardoor wat hun daadwerkelijke bezoekers ervaren. Een bredere SEO-audit geeft naast Core Web Vitals ook zicht op andere technische lekken die je posities kosten.
Veldata versus labdata: wat is het verschil?
Velddata komt van echte bezoekers op echte apparaten en verbindingen, verzameld via het Chrome User Experience Report (CrUX). Dit is de data waarop Google je ranking baseert. Labdata komt uit een gesimuleerde test, zoals Google Lighthouse, op één vast apparaat en één vaste verbinding. Labdata is nuttig om snel een probleem te reproduceren en te debuggen, maar het is niet wat Google gebruikt om te rangschikken. Google beoordeelt Core Web Vitals namelijk op basis van het 75e percentiel van CrUX-data over een venster van 28 dagen, zoals Google Search Central beschrijft. Dat betekent dat 75% van je bezoeken de drempelwaarde moet halen voordat een pagina als "goed" telt, niet slechts een gemiddelde.
Google Search Console: waar zie je welke pagina's falen?
Het Core Web Vitals-rapport in Google Search Console groepeert je URL's per metric en per status: goed, moet verbeterd worden, of slecht. Klik op een falende groep en Search Console toont voorbeeld-URL's die dat probleem delen. De workflow die de meeste artikelen overslaan: kopieer zo'n falende URL en plak die in Google PageSpeed Insights. Daar zie je per metric een concrete diagnose, bijvoorbeeld welke afbeelding de LCP vertraagt of welk script de main thread blokkeert. Search Console vertelt je dus wát faalt op schaal, PageSpeed Insights vertelt je waaróm op URL-niveau. Met de SEO en GEO quickscan krijg je bovendien in een paar minuten zicht op de belangrijkste technische signalen van een losse pagina.
Chrome DevTools: hoe debug je in de browser zelf?
Voor een dieper kijkje open je Chrome DevTools, tabblad Performance, en neem je een opname terwijl je de pagina laadt en er doorheen klikt. Dat toont exact welke scripts de main thread bezet houden op het moment dat INP tegenvalt. Dit is meer werk dan een test via PageSpeed Insights, maar onmisbaar als de oorzaak niet direct duidelijk is.
| Tool | Type data | Gebruik voor |
|---|---|---|
| Google Search Console | Velddata (CrUX) | Overzicht van falende URL's op schaal |
| Google PageSpeed Insights | Veld- en labdata | Diagnose per URL, concrete oorzaken |
| Google Lighthouse | Labdata | Debuggen tijdens ontwikkeling |
| Chrome DevTools | Labdata (live) | Main thread-analyse bij hardnekkige INP-problemen |
Hoe verbeter je Core Web Vitals stap voor stap?
Je verbetert Core Web Vitals door in een vaste volgorde te werken: eerst het fundament, dan de grootste visuele winst, dan de technisch complexere interactiviteit, en tot slot de snelle wins. Zonder prioritering ga je improviseren, en dat kost tijd zonder gegarandeerd resultaat.
- Optimaliseer hosting en Time to First Byte (TTFB). TTFB is de tijd tussen het opvragen van een pagina en het eerste antwoord van de server. Een trage server vertraagt automatisch alles wat daarna komt, inclusief LCP. Overweeg een snellere hostingomgeving of een content delivery network als TTFB structureel hoog is. Dit is het fundament: zonder een snelle server heeft optimalisatie verderop weinig zin.
- Optimaliseer afbeeldingen voor een betere LCP. Comprimeer afbeeldingen, gebruik moderne formaten zoals WebP of AVIF, en laad de belangrijkste afbeelding (vaak de hero-afbeelding) met prioriteit in plaats van lazy loading. Dit heeft meestal de grootste zichtbare impact, omdat LCP vaak het element is dat een bezoeker als eerste ziet. Vodafone verbeterde de LCP met 31% en zag daardoor de verkoop met 8% stijgen, blijkt uit een casestudy van web.dev, wat laat zien dat deze stap ook direct aan omzet raakt, niet alleen aan ranking.
- Stel niet-kritiek JavaScript uit om INP te verbeteren. Splits grote scripts op, laad wat niet direct nodig is pas na de eerste weergave, en verwijder scripts van derde partijen die je niet gebruikt. Dit is technisch complexer dan afbeeldingen optimaliseren omdat het draait om het totale gedrag van de main thread, niet om één bestand. Bij hardnekkige INP-problemen is de hulp van een developer vaak nodig.
- Leg dimensies vast voor afbeeldingen en advertenties om CLS te verlagen. Geef elke afbeelding en elk advertentieblok vaste breedte- en hoogte-attributen, zodat de browser ruimte reserveert voordat het element laadt. Dit is meestal de snelste winst uit het hele stappenplan en vaak zelf uit te voeren, ook zonder technische achtergrond.
- Laad custom fonts met een fallback-strategie. Een lettertype dat pas laat inlaadt, kan tekst laten verspringen. Gebruik font-display: swap of vergelijkbare instellingen zodat tekst direct zichtbaar is met een systeemfont, en soepel overgaat naar het eigen lettertype.
- Meet opnieuw na elke wijziging. Core Web Vitals in Search Console werken met een historisch venster van 28 dagen, dus verwacht niet dat een aanpassing morgen al zichtbaar is. Gebruik PageSpeed Insights voor directe feedback en Search Console voor de bevestiging op langere termijn.
Wat je zelf kunt: afbeeldingen comprimeren, dimensies vastleggen en overbodige plugins of scripts verwijderen, vraagt geen developer. Wat vaak specialistenwerk is: JavaScript herstructureren voor een betere INP en serverconfiguratie voor TTFB. Weet dat onderscheid voordat je tijd steekt in iets wat een specialist in een uur oplost.

Beïnvloeden Core Web Vitals ook je AI-vindbaarheid?
Ja, Core Web Vitals beïnvloeden ook of AI-zoekmachines je content citeren, omdat technische paginakwaliteit onderdeel is van het bredere page experience-signaal waar Google al jaren op selecteert. Een AI-zoekmachine zoals ChatGPT Search of Perplexity bouwt voort op vergelijkbare signalen van betrouwbaarheid en toegankelijkheid: een pagina die traag laadt of tijdens het crawlen technische fouten oplevert, is voor een AI-systeem lastiger te verwerken en dus minder aantrekkelijk om als bron te citeren.
Waarom technische kwaliteit dubbel telt voor AI
Dit is precies waar de druk op zoekverkeer toeneemt. SparkToro berekende dat van elke 1.000 Amerikaanse Google-zoekopdrachten in 2026 nog maar 276 kliks het open web bereiken, tegenover 374 in 2024. Minder klikken naar websites betekent dat elke bron die wél gecrawld en geciteerd wordt, harder telt. Technische prestaties tellen dus dubbel: voor je klassieke Google-ranking én voor de kans dat een AI-antwoord naar jouw pagina verwijst in plaats van naar een concurrent, zoals uitgelegd in onze gids over Generative Engine Optimization.
Uit eigen onderzoek van Timmermans Media (juni 2026) blijkt dat 20,4% van de Nederlandse sites minstens één AI-crawler blokkeert via robots.txt, terwijl diezelfde sites de reguliere Googlebot wel toegang geven. Dat is een ander technisch aspect van AI-vindbaarheid dan Core Web Vitals, maar het patroon is vergelijkbaar: ondernemers optimaliseren voor de klassieke zoekmachine en vergeten dat AI-systemen dezelfde technische basis nodig hebben, of blokkeren die zelfs onbedoeld. Met de AI-robots checker zie je in gewone taal welke AI-bots je site toelaat of blokkeert.
Praktijkvoorbeeld: Bitvavo in de Google AI Overview
Voor bedrijven waar zichtbaarheid in AI-antwoorden direct omzet raakt, is dit geen theoretisch punt. Bij Bitvavo, een van Europa's grootste crypto exchanges, schreven we SEO- en GEO-content voor honderden coin-pagina's en de volledige Learn-sectie. Die pagina's verschenen in februari 2026 als eerste aanbeveling in de Google AI Overview voor de zoekterm "bitcoin kopen Nederland", een resultaat waarbij technisch solide pagina's minstens zo belangrijk zijn als de tekst zelf.
Welke impact hebben Core Web Vitals op conversie en gebruikerservaring?
Core Web Vitals raken niet alleen je ranking maar ook direct je omzet, omdat trage of instabiele pagina's bezoekers afschrikken voordat ze de kans krijgen te converteren. Een bezoeker die drie seconden op een leeg scherm wacht, haakt vaker af dan iemand die binnen een seconde content ziet. Een bezoeker die per ongeluk op de verkeerde knop klikt door een layout shift, verliest vertrouwen in de site. Dat raakt ook direct aan user experience en SEO in bredere zin.
- Trage laadtijd (hoge LCP): bezoekers haken af voordat de content verschijnt.
- Instabiele layout (hoge CLS): verkeerde klikken en verlies van vertrouwen.
- Trage interactiviteit (hoge INP): frustratie bij klikken, menu's en formulieren.
Wat snelheid concreet oplevert
De eerder genoemde Vodafone-casestudy illustreert dit goed: een verbetering van 31% in LCP leidde tot 8% meer verkoop, zonder dat er iets aan de content of het aanbod veranderde. Dat is winst die puur uit technische snelheid komt. Voor een MKB-ondernemer betekent dit dat een investering in Core Web Vitals zich niet alleen terugbetaalt in zoekverkeer, maar ook in een hogere conversieratio op het verkeer dat je al hebt.
Toch haalt HTTP Archive in de Web Almanac 2025 slechts 48% van de mobiele pagina's wereldwijd alle drie de metrics tegelijk. Dat betekent dat een groot deel van de concurrentie hier laat liggen wat jij wel kunt oppakken: technische verbetering is een van de weinige SEO-factoren waar de meeste concurrenten nog geen prioriteit aan geven.
Core Web Vitals verbeteren vraagt technische kennis en doorlopende monitoring: de basisstappen zoals afbeeldingen comprimeren en hosting optimaliseren kun je vaak zelf oppakken, maar voor structurele INP-optimalisatie en de onderliggende sitebouw is specialistische kennis nodig. Timmermans Media combineert technische SEO-audits met webdevelopment, zodat prestatieverbeteringen ook op de lange termijn overeind blijven. Mail info@timmermansmedia.nl voor een vrijblijvend gesprek.

Vrijblijvende kennismaking
Laten we kijken hoe we je online beter vindbaar kunnen maken
In 30 minuten bespreken we je website, je huidige vindbaarheid en je ambities. Ik laat zien waar ik kansen zie op het gebied van SEO, GEO en autoriteit, en we bekijken of mijn aanpak aansluit bij jouw doelen.
- Kennismaking van 30 minuten
- Bespreking van je huidige vindbaarheid
- Eerste kansen voor SEO, GEO en autoriteit
- Kijken of we bij elkaar passen
Veelgestelde vragen
Wat zijn Core Web Vitals en waarom zijn ze belangrijk?
Core Web Vitals zijn drie metrics (LCP, INP en CLS) waarmee Google de feitelijke gebruikerservaring van een pagina meet. Ze zijn belangrijk omdat ze meetellen als rankingfactor sinds de Page Experience Update van juni 2021 en omdat ze ook de kans beïnvloeden dat AI-zoekmachines je content citeren.
Wat is het verschil tussen LCP, INP en CLS?
LCP meet hoe snel het grootste zichtbare element laadt, INP meet hoe snel de pagina reageert op een klik of tik, en CLS meet hoeveel de pagina onverwacht verschuift tijdens het laden. De drie metrics zijn onafhankelijk van elkaar en meten elk een ander moment in het bezoek.
Hoe meet je Core Web Vitals in Google Search Console?
Open het Core Web Vitals-rapport in Search Console en bekijk per metric welke URL's als goed, matig of slecht scoren. Klik op een falende groep voor voorbeeld-URL's en plak die vervolgens in Google PageSpeed Insights voor een concrete diagnose van de oorzaak.
Wat is een goede Core Web Vitals score?
Een goede score betekent een LCP onder 2,5 seconden, een INP onder 200 milliseconden en een CLS onder 0,1, gemeten op het 75e percentiel van je bezoekers over een venster van 28 dagen.
Wat is INP en waarom verving het FID?
INP (Interaction to Next Paint) meet de responsiviteit van elke interactie op een pagina, in plaats van alleen de eerste klik zoals FID deed. Google verving FID door INP in maart 2024 omdat INP een eerlijker en strenger beeld geeft van de daadwerkelijke interactiviteit tijdens een heel paginabezoek.
Hoe verbeter je de Largest Contentful Paint (LCP)?
Verbeter LCP door afbeeldingen te comprimeren, moderne formaten zoals WebP te gebruiken, de belangrijkste afbeelding met prioriteit te laden en de hosting of server responstijd (TTFB) te verbeteren, omdat een trage server automatisch ook de LCP vertraagt.
Beïnvloeden Core Web Vitals ook je AI-vindbaarheid?
Ja, technische paginakwaliteit is onderdeel van het bredere page experience-signaal waar ook AI-zoekmachines zoals ChatGPT Search en Perplexity op selecteren. Een technisch zwakke pagina is voor AI-systemen lastiger te verwerken en wordt daardoor minder vaak als bron geciteerd.
Welke tools gebruik je om Core Web Vitals te testen?
De belangrijkste tools zijn Google Search Console voor een overzicht op schaal, Google PageSpeed Insights voor een diagnose per URL, Google Lighthouse voor labtesten tijdens ontwikkeling en Chrome DevTools voor diepgaande analyse van de main thread bij hardnekkige INP-problemen.

Geschreven door
Matt TimmermansSEO-, GEO- en AI-specialist
Matt Timmermans is oprichter van Timmermans Media en gespecialiseerd in SEO, GEO en AI-zichtbaarheid. Sinds 2018 helpt hij bedrijven beter gevonden te worden door zowel Google als AI-zoekmachines. Als AI-expert heeft hij ruime ervaring met AI-automatisering en het bouwen van applicaties met AI.
Laat een reactie achter