Begrip
Core Web Vitals
Core Web Vitals zijn drie Google-metrics voor gebruikerservaring. Ontdek LCP, INP en CLS, de normen, en of ze een rankingfactor zijn.
SEO-, GEO- en AI-specialist · Bijgewerkt: 13 augustus 2026 · Leestijd: 5 min
Wat zijn Core Web Vitals?
Core Web Vitals zijn drie door Google vastgestelde meetwaarden die de gebruikerservaring van een webpagina meten. Ze richten zich op drie aspecten: laadsnelheid, interactiviteit (hoe snel de pagina reageert op een klik of tik) en visuele stabiliteit (of de content tijdens het laden onverwacht verspringt). Google introduceerde Core Web Vitals in 2020. Google kondigde op 19 april 2021 aan de eerder geplande uitroldatum van mei 2021 uit te stellen naar half juni 2021. Google nam Core Web Vitals daadwerkelijk op in de Page Experience-rankingsignalen vanaf half juni 2021, met een geleidelijke uitrol die eind augustus 2021 volledig was afgerond.
Kernpunten
- Core Web Vitals zijn drie door Google vastgestelde metrics voor gebruikerservaring: laadsnelheid (LCP), interactiviteit (INP) en visuele stabiliteit (CLS).
- Een goede score is LCP onder 2,5 seconden, INP onder 200 milliseconden en CLS onder 0,1, gehaald door minstens 75% van de bezoeken (75e percentiel).
- Sinds 12 maart 2024 is First Input Delay (FID) vervangen door Interaction to Next Paint (INP), dat alle interacties meet in plaats van alleen de eerste.
- Core Web Vitals zijn een bevestigde rankingfactor, maar werken vooral als tiebreaker: contentrelevantie weegt zwaarder.
- Field data van echte bezoekers vormt de officiële beoordelingsbasis; lab data (Lighthouse, PageSpeed Insights) is alleen een diagnostisch hulpmiddel.
Wat zijn LCP, INP en CLS?
De drie metrics meten elk een ander aspect van de gebruikerservaring:
- Largest Contentful Paint (LCP) meet de laadsnelheid: hoe snel het grootste zichtbare element op de pagina, vaak een hero-afbeelding of grote kop, in beeld verschijnt.
- Interaction to Next Paint (INP) meet de interactiviteit: hoe snel de pagina visueel reageert nadat een bezoeker klikt, tikt of typt.
- Cumulative Layout Shift (CLS) meet de visuele stabiliteit: of content tijdens het laden onverwacht verschuift, bijvoorbeeld doordat een advertentie later inlaadt.
Wat is een goede Core Web Vitals-score?
Google hanteert per metric een concrete drempelwaarde voor een goede score: LCP onder 2,5 seconden, INP onder 200 milliseconden, en CLS onder 0,1. Elke metric krijgt de beoordeling Goed, Moet worden verbeterd of Slecht. Om als pagina te slagen, moet minstens 75% van de bezoeken (het 75e percentiel) een goede score halen op alle drie de metrics tegelijk: twee van de drie is niet genoeg.
| Metric | Meet | Goede score |
|---|---|---|
| LCP (Largest Contentful Paint) | Laadsnelheid | Onder 2,5 seconden |
| INP (Interaction to Next Paint) | Interactiviteit | Onder 200 milliseconden |
| CLS (Cumulative Layout Shift) | Visuele stabiliteit | Onder 0,1 |
Wat is er veranderd sinds First Input Delay (FID)?
Tot maart 2024 was First Input Delay (FID) de derde metric van Core Web Vitals. FID mat alleen hoe snel een pagina reageerde op de allereerste interactie van een bezoeker. Sinds 12 maart 2024 is FID vervangen door Interaction to Next Paint (INP), dat álle interacties gedurende het volledige bezoek meet, niet alleen de eerste. Dat maakt INP een strengere en realistischere maatstaf voor interactiviteit. Kom je nog een pagina tegen die FID als actuele derde metric noemt, dan is die pagina verouderd: FID is officieel afgeschaft en vervangen.
Zijn Core Web Vitals een rankingfactor voor SEO?
Core Web Vitals zijn een bevestigde rankingfactor voor SEO, maar de impact ervan is genuanceerd en beperkter dan vaak wordt gesuggereerd. Core Web Vitals maken deel uit van Google's Page Experience-signalen. Contentrelevantie weegt zwaarder dan technische performance: een snellere pagina wint niet automatisch van een concurrent met relevantere content. Bij twee inhoudelijk gelijkwaardige pagina's kan technische performance wel de doorslag geven. John Mueller van Google verwoordde het zo: relevantie blijft verreweg het belangrijkst. Technische performance werkt dus vooral als tiebreaker, niet als hoofdfactor voor je positie in Google.
Wat is het verschil tussen field data en lab data?
Het verschil tussen field data en lab data is de bron van de meting: field data komt van echte bezoekers, lab data komt uit een gesimuleerde test. Field data is de echte gebruikerservaring, gemeten bij daadwerkelijke bezoekers via het Chrome User Experience Report (CrUX). Field data is zichtbaar in Google Search Console, onder Site-vitaliteit, en vormt de officiële beoordelingsbasis: Google beoordeelt hierbij op het 75e percentiel van echte bezoeken.
Lab data komt uit gecontroleerde tests, zoals Lighthouse of PageSpeed Insights, uitgevoerd onder vaste, gesimuleerde omstandigheden. Lab data is waardevol als diagnostisch hulpmiddel om knelpunten op te sporen, maar telt niet mee voor de officiële Core Web Vitals-beoordeling. Een pagina kan perfect scoren in een labtest en toch slecht presteren bij echte bezoekers op langzamere telefoons of netwerken.
Hoe meet en verbeter je je Core Web Vitals?
Je meet en verbetert je Core Web Vitals door eerst te meten via PageSpeed Insights voor een gedetailleerde diagnose per pagina, en via Google Search Console voor de officiële field data van je hele site. Bepaal per templatetype, bijvoorbeeld productpagina's of blogartikelen, welke metric het vaakst een onvoldoende score haalt, en los dat knelpunt eerst op voordat je verdergaat met de volgende metric.
Voor elke metric gelden andere concrete verbeterpunten:
- LCP verbeter je door afbeeldingen te optimaliseren (bijvoorbeeld met moderne formaten zoals WebP of AVIF, en preloading van het belangrijkste element), caching in te zetten, een CDN te gebruiken, en render-blocking CSS en JavaScript te verminderen.
- INP verbeter je vooral door zware JavaScript-taken op de main thread te verminderen, zodat de pagina sneller kan reageren op een klik of tik.
- CLS verbeter je door vaste afmetingen te reserveren voor afbeeldingen, video's en advertenties, zodat de pagina niet verspringt zodra ze inladen.
Snelheid raakt direct aan andere technische fundamenten van je site, zoals een heldere sitestructuur en een lager bouncepercentage, omdat bezoekers minder snel afhaken bij een trage of springerige pagina. Wil je precies weten waar je site technisch wint of verliest? Lees onze uitgebreide uitleg over waarom een snelle laadtijd belangrijk is, of bekijk onze SEO-dienst.

Gratis vindbaarheidscheck
Weet jij hoe zichtbaar je bent in Google en AI?
In 30 minuten check ik je huidige vindbaarheid in Google, ChatGPT en Claude. Je krijgt direct inzicht in waar je nu staat, waar de kansen liggen en wat als eerste impact maakt. Geen verplichtingen.
- Gesprek van 30 minuten, vrijblijvend
- Check van je vindbaarheid in Google en AI
- De drie kansen met de meeste impact
- Eerlijk advies of mijn aanpak bij je past
Veelgestelde vragen over core Web Vitals
Wat zijn Core Web Vitals?
Core Web Vitals zijn drie door Google vastgestelde metrics die de gebruikerservaring van een webpagina meten: laadsnelheid (LCP), interactiviteit (INP) en visuele stabiliteit (CLS). Ze zijn sinds half juni 2021 onderdeel van Google's Page Experience-rankingsignalen en worden gemeten aan de hand van echte bezoekersdata, niet aan de hand van gesimuleerde labtests.
Wat zijn goede LCP-, INP- en CLS-scores?
Een goede score is LCP onder 2,5 seconden, INP onder 200 milliseconden, en CLS onder 0,1. Google beoordeelt deze waarden op het 75e percentiel van echte bezoeken, wat betekent dat minstens 75% van de bezoeken de goede score moet halen om als pagina te slagen.
Zijn Core Web Vitals een Google-rankingfactor?
Ja, Core Web Vitals zijn een bevestigde rankingfactor binnen Google's Page Experience-signalen. De impact is echter genuanceerd: contentrelevantie weegt zwaarder, en een snellere pagina wint niet automatisch van een relevantere concurrent. Performance werkt vooral als tiebreaker tussen twee inhoudelijk vergelijkbare pagina's, niet als hoofdfactor voor je positie in Google.
Wat is het verschil tussen FID en INP?
First Input Delay (FID) mat alleen de reactietijd op de eerste interactie van een bezoeker en is sinds 12 maart 2024 vervangen. Interaction to Next Paint (INP) is de huidige metric en meet de reactietijd op alle interacties gedurende het hele bezoek, wat een strenger en vollediger beeld geeft.

Geschreven door
Matt TimmermansSEO-, GEO- en AI-specialist
Matt Timmermans is oprichter van Timmermans Media en gespecialiseerd in SEO, GEO en AI-zichtbaarheid. Sinds 2018 helpt hij bedrijven beter gevonden te worden door zowel Google als AI-zoekmachines. Als AI-expert heeft hij ruime ervaring met AI-automatisering en het bouwen van applicaties met AI.
Wil je meer weten?
Gerelateerde begrippen
SEO (Search Engine Optimization)
SEO is het optimaliseren van je website voor hogere posities in zoekmachines. Leer de drie pijlers en hoe SEO en GEO samen je vindbaarheid versterken.
Lees uitleg→Technische SEO
Technische SEO is het optimaliseren van de technische structuur van je website. Ontdek de onderdelen en het verschil met on-page en off-page SEO.
Lees uitleg→Sitestructuur
Sitestructuur is de manier waarop pagina's op je website zijn geordend en gelinkt. Ontdek waarom het cruciaal is voor SEO en hoe je het verbetert.
Lees uitleg→